| |
Als
mijn lief mijn oud zeer raakt ……
Een liefdesrelatie leent zich bij uitstek voor intimiteit.
Het is heerlijk om te voelen dat ik en mijn partner voor elkaar een bijzondere
plek hebben. Dat we dichtbij mogen komen en zo elkaars warmte mogen voelen en we
elkaar onze warmte en liefde mogen geven. Een thuis waar we onszelf kunnen zijn
zonder iets te hoeven verbloemen. Waar we samen mogen versmelten in één
natuurlijke beweging en waar we echt onszelf kunnen zijn. Waar we elkaar kunnen
inspireren en we onszelf kunnen ontdekken. Zo kan de liefde vrij stromen. Zo
kunnen we ook zonder reserve de liefde van elkaar ontvangen. Elk mens verlangt
hiernaar. En …. het kán ook.
Maar wat, als mijn lief mijn oud zeer raakt? Dat dit gaat gebeuren in een
liefdesrelatie, is onvermijdelijk. Als ik dichtbij kom, gedreven door de wens
naar intimiteit, kan mijn lief me gemakkelijker op mijn kwetsbare plekken raken.
En als ik de liefde vanuit mijn hart laat stromen, stroomt onvermijdelijk ook
alle kwetsbaarheid en pijn mee. In een intieme relatie vraagt namelijk alles om
een plek, om er te mogen zijn. Niet alleen de fijne dingen.
Als mijn oud zeer (pijn uit mijn jeugd of uit eerdere relaties) geraakt wordt,
zijn er globaal gezien drie mogelijkheden om ermee om te gaan.
-
Ik kan me terugtrekken vanuit de gedachte “pijn is niet fijn; dat wil ik niet voelen; ik wil
gelukkig zijn”. Dan mag een deel van wat ik bij me draag er niet zijn. Dan kan de intimiteit in mijn relatie niet verder groeien. Het gaat dan immers pijn doen. Hoe kan ik van mijn lief houden als het voelt alsof ze me pijn doet? En misschien wordt intimiteit zelfs onmogelijk gemaakt doordat ik automatisch op mijn hoede raak omdat ik niet wéér op die pijnlijke plek geraakt
wil worden. Intimiteit lijkt dan alleen nog mogelijk als mijn lief zorgvuldig om mijn pijnplekken heen manoeuvreert. Als ze van
mij houdt, dan mag ik toch wel vragen of ze met mij rekening houdt, toch? Dan leg ik, als ik eerlijk ben, de schuld en de oplossing voor mijn pijn helemaal bij mijn
lief.
-
Ik beschouw mijn pijn als iets dat mijn partner me aan doet. Dat lijkt me het recht te geven om in de aanval te gaan en om letterlijk of figuurlijk om me heen te slaan. Moet ze me maar geen pijn doen! En daar voel ik me dan achteraf schuldig over. En dan past het niet meer om de liefde van
mijn partner nog aan te nemen. Zo kan de liefde dus ook niet stromen.
-
Ik deel mijn pijn, zonder een claim bij mijn partner te leggen. Ik meld mijn partner dat hij me pijnlijk geraakt heeft, en ik ga op zoek naar wat die pijn zegt over mezelf en over hoe ik mezelf beter trouw kan zijn. En misschien mag en wil mijn lief dan met me mee kijken?
In eerste instantie ziet pijn in een relatie er meestal uit
als iets wat de ander mij aan doet. Het trekt mijn aandacht meestal naar buiten,
op zoek naar iets dat mijn veiligheid bedreigt. Dat verleidt mij gemakkelijk tot
verwijten, aanvallen en de ander de oren wassen, of tot het afwijzen van degene
die mij pijn doet en me terugtrekken. Pijn roept in deze zin een natuurlijke
beschermingsreactie op van “weg met de pijn, en weg met degene die mij pijn
doet”. Maar als ik zo met
mijn
lief omga, duw ik hem van me af, en sta ik intimiteit en verbinding in de weg.
De liefde kan niet meer stromen. Dat maakt op den duur een relatie dodelijk
saai. En onderhuids kunnen we dan allebei, mijn lief en ik, een vaag gemis
voelen, een notie hebben dat er iets niet goed zit, zonder dat het ons lukt om
daar woorden aan te
geven. We kunnen er niet over praten; en als we het toch proberen staan we al
snel strijdlustig tegenover elkaar. De verontwaardiging krijgt alle kans om te
groeien tot machteloosheid. Zo drijven we uit elkaar, en kan het gebeuren dat we
geen van beide nog kunnen voelen of we van elkaar houden. In zo’n situatie
lopen we allebei een groot tekort op aan intieme warmte en veiligheid,
emotionele voeding. De relatie wordt kil; we maken ruzie om een beetje warmte te
voelen. Als een van ons dan iemand tegen komt die de broodnodige warmte bijna
als vanzelf lijkt te geven, is de kans groot om op slag verliefd te worden; zo
heerlijk is het dan om te krijgen waar we zo lang naar snakken.
Hoe buig ik dat om?
Wat er omgebogen kan worden is de richting van mijn aandacht. Als mijn oud zeer
door mijn lief aangeraakt wordt en ik met mijn aandacht naar buiten ga om de
bedreiging op te sporen en weg te nemen, word ik een bedreiging voor mijn lief
en ondergraaf ik de veiligheid en de vrijheid in mijn relatie. Maar als ik
mijn aandacht naar binnen buig, kan ik mijn pijn beschouwen als iets van mij,
ook al is de intimiteit met mijn lief de aanleiding om die pijn te voelen. Dan
is het een uitnodiging om me af te vragen wat die pijn over mij zegt. Pijn zegt
eigenlijk altijd dat er iets is dat voor mij heel belangrijk is; een belangrijk
verlangen dat niet vervuld wordt. Dus door daarnaar op zoek te gaan, leer ik
iets dat voor mij belangrijk is, kennen. En misschien kan ik mijn lief zelfs
uitnodigen om met mij mee op zoek te gaan naar wat er voor mij blijkbaar zo
belangrijk is. Zo leert mijn lief mij ook beter kennen. En ik deel daarmee iets
heel intiems. Hé, zo komt de intimiteit misschien wel vanzelf terug???
Maar dat ombuigen is moeilijk als ik met mijn lief in de
fase zit van een oersaaie relatie en al helemaal als we in de strijd zijn
aanbeland. Dan zijn we al zo gewend geraakt aan het ons terug trekken of aan het
strijden en verwijten, dat we de verleiding telkens niet kunnen weerstaan om wat
de ander zegt, over onze kant te laten gaan. We hebben dan allebei het gevoel
dat we voor iets belangrijks strijden, en we krijgen het elkaar niet aan het
verstand gepeuterd omdat we in de onveiligheid niet kunnen luisteren maar ons
volgende salvo in gereedheid aan het brengen zijn. In deze onrustige
wisselwerking lukt het ons niet om helder te krijgen wat er is, en wat wijs is
om te doen.
Om deze wisselwerking te stoppen zijn twee dingen nodig.
Ten eerste dat ik me zelf realiseer dat ik mijn aandacht niet naar buiten maar
naar binnen moet keren. Ten tweede dat ook mijn lief de aandacht moet ombuigen.
Als ik op mijn oud zeer reageer met boosheid en verwijten, is de eerste
verleiding om dat als een aanval op te vatten, waardoor mijn lief zich op maakt
voor de strijd. Mijn lief zou die verleiding kunnen weerstaan en de aandacht
naar mij kunnen ombuigen , en mijn boosheid op te vatten als blijk voor een
heftige pijn die ik voel, en oprecht nieuwsgierig zijn naar die pijn en het
belangrijke verlangen dat blijkbaar met voeten getreden wordt. Zo krijgt mijn
lief mij te zien. Zo kunnen we samen smelten bij de echtheid die we dan in
elkaar ontmoeten. Zo kan de intimiteit bijna moeiteloos weer terugkomen. Dan kan
pas weer blijken of en hoeveel we van elkaar houden. En waar we wijs aan doen.
En vanzelfsprekend is het stoppen van de destructieve
wisselwerking net zo nodig als mijn lief boos wordt en ik de uitdaging krijg om
de verleiding te weerstaan om te reageren vanuit het gevoel aangevallen te
worden.
Het
vraagt kracht om die destructieve wisselwerking te doorbreken. Het is lastig om
zo’n taai ingeslepen patroon met elkaar te stoppen. Maar waar haal ik die
kracht vandaan? Zodra ik me dat afvraag, ligt het antwoord verrassenderwijs al
direct voor de hand. Moet je eens kijken hoeveel kracht ik inzet als ik me
gekwetst terugtrek. En hoeveel kracht de strijd van mij vergt. En die kracht
levert jammer genoeg alleen verwijdering op in plaats van de intimiteit waarin
ik tot bloei kan komen. Dus door mijn kracht zó in te zetten, gooi ik op een
grondige manier mijn eigen glazen in.
Met die kracht zelf is niks mis, maar wel met de manier
waarop ik die kracht inzet, dus. Als ik die kracht nou eens inzet in het
ombuigen van mijn aandacht, loop ik het risico dat ik mezelf beter leer kennen,
dat ik mijn kwetsbaarheid leer te zien als gevoeligheid voor wat belangrijk is
en dat de intimiteit in mijn relatie weer terugkomt. Niet verkeerd, toch? En wat
blijkt onze relatie dan op te fleuren als de kracht en de passie die we
inzetten, ook een feest voor ons samen kan zijn.
Paul van Beuzekom en Marianne van Berkel
Amersfoort, 15 november 2011
|